EHRM – ARREST – Magyar Helsinki Bizottsag t. Hongarije – Grote Kamer

Posted on Posted in Inzagerecht, Openbaarheid van bestuur, Privacybescherming en persoonsgegevens, Vrijheid van meningsuiting

EHRM – ARREST – Magyar Helsinki Bizottsag t. Hongarije – Grote Kamer – 8 november 2016 – persberichtarrest (niveau 1) – ECLI:CE:ECHR:2016:1108JUD001803011

 BLOGS

  • The European Court of Human Rights and Access to Information: Clarifying the Status, with Room for Improvement – Nani Jansen Reventlow and Jonathan McCully (Inforrm’s)
  • MHB v Hungary Judgment on Access to Information (ECHRblog)
  • WOB-verzoek om namen en het aantal benoemde Officieren van Justitie weigeren, is in strijd met 10 EVRM (IEforum)
  • The European Court of Human Rights and Access to Information: Clarifying the Status, with Room for Improvement – Nani Jansen Reventlow and Jonathan McCully (inforrm’s)
  • Magyar Helsinki Bizottság v Hungary: a (limited) right of access to information under article 10 ECHR (Strasbourg observers)

WOB-verzoek om namen en het aantal benoemde Officieren van Justitie weigeren, is in strijd met 10 EVRM

De zaak betreft de weigering van de autoriteiten om een NGO te voorzien van informatie een advocaat die van overheidswege werd toegewezen. De autoriteiten merkten die informatie aan als persoonlijke informatie die op grond van de Hongaarse wet niet mocht worden geopenbaard. Het Hof merkt op dat de informatie die door de NGO bij de politie was opgevraagd, noodzakelijk was voor het voltooien van het onderzoek naar het functioneren van de van overheidswege verstrekte advocatuur, dat door hen was gedaan in de hoedanigheid van een non-gouvernementele mensenrechtenorganisatie, met het doel een bijdrage te leveren aan een discussie over een onderwerp dat van evident publiek belang is. Naar het oordeel van het Hof hebben de autoriteiten door de weigering van de toegang tot de verzochte informatie, de NGO gehinderd in hun vrijheid om informatie te ontvangen en te delen, op een manier die de kern raakt van de rechten voortvloeiende uit artikel 10 EVRM.

Het Hof overweegt dat het onderwerp van het onderzoek – de effectiviteit van het systeem waarbij van overheidswege rechtsbijstand werd toegewezen- een onderwerp is dat nauw samenhangt met het recht op een eerlijk proces, een fundamenteel recht in de Hongaarse wet en een recht van hoogste belang onder het Verdrag. Het Hof benadrukt dat de NGO wilde onderzoeken of het patroon van terugkerende afspraken met dezelfde advocaten wel werkte.

Het Hof oordeelt in het bijzonder dat de privacy rechten van de advocaat niet zouden zijn geschonden als het verzoek tot informatie van gehonoreerd, omdat het geen informatie betrof die buiten het publieke domein viel.

Het Hof is verder van oordeel dat de Hongaarse wet, zoals die door de nationale rechter is uitgelegd, elke zinvolle beoordeling van het recht op vrijheid van meningsuiting van de NGO had uitgesloten en oordeelt dat in het onderhavige geval elke eventuele beperking van de door de NGO voorgestelde publicatie (die de bedoeling had bij te dragen aan een debat over een onderwerp van algemeen belang) zeer kritisch moet worden bekeken.

 

Ten slotte overweegt het Hof dat de argumenten van de Hongaarse overheid niet voldoende waren aan te tonen dat de inbreuk waar over geklaagd wordt “noodzakelijk waren in een democratische samenleving” en houdt het er voor dat, zonder aan de beoordelingsruimte van de staat te komen, er geen redelijke verhouding zit tussen de kwestie waar over wordt geklaagd en het wat met die schending wordt beoogd (het beschermen van de rechten van derden).