Voor vordering over productaansprakelijkheid en over onrechtmatige daad mag eiser kiezen of rechter erfolgsort of rechter handlungsort bevoegd is

Posted on Posted in Justititiële samenwerking in burgerlijke zaken

NATIONALE RECHTSPRAAK – Hoge Raad – 26 februari 2016 – ECLI: NL:HR:2016:346 – uitspraak

Westo heeft een tractor gekocht die geproduceerd is door Same Deutz, een in Duitsland gevestigde vennootschap. Westo heeft bij Reaal een aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. De tractor is gebruikt voor vervoer van materiaal van de Nederlandse vestiging naar de drie kilometer verderop in Duitsland gelegen vestiging. Bij het oversteken van een spoorwegovergang in Nederland is de motor van de tractor kapot gegaan. Vervolgens heeft er een aanrijding plaatsgevonden tussen de tractor en een trein. De trein is gedeeltelijk ontspoord en gekanteld. De Nederlandse Spoorwegen en Prorail eisen schadevergoeding van Reaal. Reaal heeft Same Deutz aansprakelijk gesteld bij de Nederlandse rechter. Same Deutz werpt een bevoegdheidsincident op. Volgens Same Deutz is niet de Nederlandse, maar de Duitse rechter bevoegd. De rechtbank wijst de vordering tot onbevoegdheid af. Het Hof oordeelt dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is en vernietigt het vonnis van de rechtbank.

De Hoge Raad oordeelt dat de Nederlandse rechter wel bevoegd is en vernietigt het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Eiser mag volgens de Hoge Raad kiezen of verweerder wordt opgeroepen voor de rechter hetzij van de plaats waar de schade is ingetreden, in casu Nederland, hetzij van de plaats van de schadeveroorzakende gebeurtenis, in casu Duitsland waar de tractor geproduceerd is.

4.3 Het hof heeft miskend dat de mogelijkheid dat in het onderhavige geval de plaats van de schadeveroorzakende gebeurtenis (het ‘Handlungsort’) in Duitsland is gelegen – ter plaatse waar de tractor door Same Deutz is vervaardigd – niet eraan afdoet dat de plaats waar de schade van NS en Prorail is ingetreden (het ‘Erfolgsort’) is gelegen in Coevorden – ter plaatse van de aanrijding tussen de trein en de tractor – en dat Reaal ervoor kan kiezen om Same Deutz c.s. op te roepen voor de rechter van laatstgenoemde plaats. Die rechter komt op grond van art. 5, aanhef en onder 3, EEX-Vo bevoegdheid toe, zowel voor de vordering van Reaal uit hoofde van onrechtmatige daad als voor haar vordering uit hoofde van productaansprakelijkheid. Het hof heeft dan ook ten onrechte beslist dat de rechtbank Assen, thans de rechtbank Noord-Nederland, onbevoegd is om van de vorderingen van Reaal kennis te nemen.

 

[Deze uitspraak is toegevoegd aan de databank JURE via eur-lex. De JURE-collectie bevat uitspraken van rechtbanken in verdragsluitende landen (d.w.z. de EU-landen en eventueel IJsland, Noorwegen en Zwitserland) en van het Europees Hof van Justitie die verband houden met jusititiële samenwerking in burgerlijke zaken. De uitspraak is pas beschikbaar als de samenvatting vertaald is naar het Engels]