Prejudiciële vragen (Zweden) over uitleg termijnen vo. 604/2013 en bewaring

Posted on Posted in Asiel, migratie en unieburgerschap

PREJUDICIËLE VERWIJZING – Zweden – 10 maart 2016 – Zaak C-60/16 – Khir Amayry – verwijzing

 

VERORDENING (EU) nr. 604/2013.Verzoeker heeft in Zweden om internationale bescherming verzocht. Bij onderzoek blijkt dat hij in Italië is ingereisd en daarna in Denemarken internationale bescherming heeft gevraagd. De Zweedse migratiedienst (verweerster) vraagt Italië op grond van Vo. 604/2013 verzoeker over te nemen, waarmee Italië instemt. Verzoekers aanvraag voor een verblijfsvergunning, inclusief de gevraagde internationale bescherming, wordt door verweerster niet ontvankelijk verklaard. Zweden besluit verzoeker in bewaring te houden wegens ‘onderduikgevaar’. Verzoeker gaat in beroep. Inmiddels wordt de overdracht aan Italië uitgevoerd. Verzoeker keert terug naar Zweden en dient weer een verzoek om internationale bescherming in. Zijn hoger beroepzaak wordt beslist: de rechter staat de overdracht aan Italië niet toe. Wat betreft de bewaring: verzoeker stelt dat de periode van zijn bewaring na zes weken had moeten worden beëindigd. Door opschorting van het overdrachtsbesluit, waardoor de tijdslimiet van zes weken is doorbroken, heeft verweerster de periode kunnen verlengen, waarvoor een wettelijke grondslag ontbreekt. Verweerster geeft indachtig het doelmatigheidsbeginsel een andere uitleg voor het bewaringsartikel. De verwijzende rechter wordt aan het twijfelen gebracht door de in artikel 28 van Vo. 604/2013 genoemde termijnen. Met name de vraag vanaf welk tijdstip moet worden gerekend.