NL (Rb NH) prejudiciële vragen over tariefindeling medische implantaatschroeven

Posted on Posted in Uncategorized

PREJUDICIËLE VERWIJZING – Nederland – Rechtbank Noord-Holland – 7 maart 2016 – Zaak C-51/16 – Stryker EMEA Supply Chain Services – verwijzing

Tariefindeling van medische implantaatschroeven voor gebruik door chirurgen om kunstgewrichten te fixeren

UITVOERINGSVERORDENING (EU) Nr. 1212/2014. Het geding gaat over indeling van medische implantaatschroeven voor gebruik door chirurgen om kunstgewrichten te fixeren. De Rechtbank oordeelt dat de producten ingedeeld kunnen worden onder post 9021, maar heeft visueel geconstateerd dat de schroeven qua uiterlijke verschijningsvorm overeenkomen met de omschrijving in Verordening 1212/2014 waardoor indeling onder 9021 uitgesloten zou zijn. De Europese Commissie heeft zich (zoals blijkt in zaak C-45/12) op het standpunt gesteld dat het artikel onder de delen voor algemeen gebruik valt. Op het eerste gezicht zou inderdaad kunnen worden geoordeeld dat het om een universele schroef gaat. Maar bij nadere beschouwing valt op dat de schroefdraad van de implantaatschroeven dieper is en de uitsparing in de kop niet geschikt is voor regulier (bouwmarkt-) gereedschap maar uitsluitend met specifieke medische apparatuur in het lichaam kan worden aangebracht. De vraag is dan ook of de Europese Commissie haar bevoegdheden met Verordening 1212/2014 heeft overschreden. Aangehaalde jurisprudentie: C-450/12 HARK