Prejudiciële vragen Polen: Is de overdracht van de eigendom van een perceel door een btw-plichtige aan de gemeente ter nakoming van achterstallige betalingsverplichtingen van belastingen een belastbare handeling?

Posted on Posted in Btw

PREJUDICIËLE VERWIJZING – Polen – 4 maart 2016 – Zaak C-36/16 – Posnania Investment – verwijzing

RICHTLIJN 2006/112/EG. Verzoekster handelt onder meer in onroerende zaken. Zij heeft met de gemeente een overeenkomst gesloten tot overdracht van eigendom van een onbebouwde onroerende zaak aan de gemeente, dit vanwege achterstallige betalingsverplichtingen uit hoofde van de heffing ter zake van waardeverhoging van onroerende zaken. Is de overdracht onderworpen aan btw en moet verzoekster een btw-factuur uitreiken? Zelf is zij van mening dat de transactie volgens het Poolse belastingwet niet btw-plichtig is, Volgens verweerster is sprake van levering onder bezwarende titel. Verzoeksters belastingverplichting jegens de gemeente is immers verminderd. De rechter oordeelt dat een belastingschuld voor de btw bij eigendomsoverdracht kan ontstaan, maar uitsluitend indien daar een tegenprestatie tegenover staat. Volgens een artikel in de Poolse wet is een overdracht als in casu een bijzonder geval van tenietgaan van een belastingverbintenis zoals ook in het eerdere arrest terecht is beslist. Verweerster gaat in cassatieberoep. Zij blijft bij haar mening dat het hier om een levering onder ‘bezwarende titel’ gaat. De verwijzende rechter stelt vast dat het begrip ‘bezwarende titel’ niet is gedefinieerd in de btw-richtlijnen. Uit rechtspraak van het HvJEU blijkt wel wat voor de kwalificatie daarvan vereist is, en dat de ontvangen compensatie op geld waardeerbaar dient te zijn. In onderhavige zaak is niet in geschil dat verzoekster btw-plichtig is en dat de gemeente het recht heeft gekregen om als eigenaar over de overgedragen zaak te beschikken. De verwijzende rechter twijfelt nu of het hier al dan niet een levering onder bezwarende titel betreft, en legt dan ook de volgende vraag voor aan het HvJEU:

Aangehaalde jurisprudentie: C-461/08 Don Bosco;