Prejudiciële verwijzing Letland over vaststelling douanewaarde en motivering

Posted on Posted in Douane

PREJUDICIËLE VERWIJZING – Letland – 1 maart 2016 – Zaak C-46/16 – LC Customs Services – verwijzing

Vragen over hoe de douanewaarden van goederen vastgesteld moet worden en wanneer sprake is van ontoereikende motivering

VERORDENING (EEG) nr. 2913/92. De zaak gaat over een aangifte voor extern douanevervoer van kinderfietsen en onderdelen vanuit China naar Rusland. Omdat de belastingdienst (verweerster) geen bewijs heeft ontvangen van beëindiging van het douanevervoer is zij ervan uitgegaan dat de transactie inderdaad tot stand is gekomen. Zij past artikel 31 CDW toe. Verzoekster krijgt een beschikking tot betaling van douanerechten, antidumpingrechten en btw. Dit besluit wordt vernietigd wegens mankerende motivering; de rechter oordeelt dat verweerster eerst had moeten nagaan of zij over meer informatie had kunnen beschikken aangezien het om fietsen gaat en deze vaak voor invoer worden verkocht. Verweerster gaat in beroep De verwijzende rechter (hoogste bestuursrechter) heeft eerder een vergelijkbare zaak aan het HvJEU voorgelegd (C-204/15 Latspas) maar deze is ingetrokken. Verweerster stelt dat geen rekening is gehouden met de aan de rechter overgelegde documenten waaruit blijkt dat sprake is van eerdere transacties tussen Chinese en Letse bedrijven met betrekking tot export van fietsen naar de EU en waaruit ook de prijs van de goederen blijkt. Zij heeft de (laagste) prijs vastgesteld op grond van artikel 151 lid 3 van Vo. 2454/93. Er is geen wettelijke verplichting om informatie te vragen aan de producent na toepassing van de transactiewaardemethode van soortgelijke goederen. De vragen die in deze zaak beantwoord moeten worden is hoe de douanewaarden van goederen vastgesteld moet worden en wanneer sprake is van ontoereikende motivering.