Heeft een werkend lid van een coöperatie recht op aanpassing werktijden na zwangerschapsverlof?

Posted on Posted in Arbeid en sociale zekerheid

HVJEU – CONCLUSIE A-G SZPUNAR – 3 maart 2016 – Zaak C-351/14 – Rodríguez Sánchez – conclusie

RICHTLIJN 2010/18/EU. RAAMOVEREENKOMST INZAKW OUDERSCHAPSVERLOF. Het hoofdgeding vloeit voort uit een verzoek tot aanpassing van de werktijden van een werkend lid van een coöperatie. De verwijzende rechter wenst met name te vernemen of de verhouding tussen een werkend lid van een coöperatie en deze laatste een arbeidsovereenkomst of een arbeidsbetrekking is in de zin van clausule 1, punt 2, van de herziene raamovereenkomst en zo ja, of een werkend lid bij terugkeer van een „zwangerschapsverlof” recht heeft op een aanpassing van haar werktijden en ‑patronen in de zin van clausule 6, punt 1, van deze overeenkomst.

A-G: De vraag of de verhouding tussen een werkend lid van een coöperatie en deze laatste een arbeidsovereenkomst of een arbeidsbetrekking moet overeenkomstig het nationale recht worden beantwoord, op voorwaarde dat dit niet leidt tot een willekeurige uitsluiting van deze categorie personen van aanspraak op de door richtlijn 2010/18 en de herziene raamovereenkomst geboden bescherming. Een uitsluiting van deze bescherming kan slechts worden aanvaard indien de verhouding die de werkende leden met de coöperatie verbindt, naar haar aard wezenlijk verschilt van die welke werkenden die naar nationaal recht in de categorie werknemers vallen, aan hun werkgevers bindt. De clausules 2 en 3 van de herziene raamovereenkomst staan er niet aan in de weg dat een nationale wettelijke regeling zoals die aan de orde in het hoofdgeding, voorziet in een ouderschapsverlof in de vorm van arbeidstijdverkorting samen met een recht op aanpassing van de werktijd binnen het kader van de gewone werktijd, maar de toepassing van een aanpassing die meer omvat dan de gewone werktijd, onderwerpt aan de voorwaarden die bij het collectieve overleg zijn vastgesteld.