Prejudiciële vragen VK over btw-vrijstelling voor entreegelden zwembaden van een publiekrechtelijke instelling

Posted on Posted in Btw

PREJUDICIËLE VERWIJZING – VK – 7 januari 2016 – Zaak C-633/15 – London Borough of Ealing – verwijzing

 RICHTLIJN 2006/112/EG. RICHTLIJN 89/465. Verzoeker is een publiekrechtelijke instelling, een organisatie zonder winstoogmerk, in Londen. Hij exploiteert een aantal vrijetijdscentra (sportzalen, zwembaden) waarvan tegen betaling gebruik kan worden gemaakt. Verzoeker is btw-plichtig over de entreegelden. In 2013 dient verzoeker een vordering in bij verweerster (belastingdienst) voor teveel betaalde btw; hij stelt recht te hebben op vrijstelling van zijn entreegelden op grond van eerder genoemd artikel 132 btw-richtlijn. Verweerster wijst dit af op grond van de uitsluiting van sportdiensten verricht door lokale overheden in artikel 133, onder d van de Richtlijn. Het geschil tussen partijen betreft de betekenis, de werkingssfeer en de toepassing van artikel 133,onder d). Jurisprudentie: C-442/05 Zweckverband zur Trinkwasserversorgung und Abwasserbeseitigung TorgauWestelbien; C-288/07 Isle of Wight Council; C-102/08 SALIX; C-174/08 NCC; C-94/09 CIE/FRA; C-495/12 Bridport and Westdorset Golfclub;