Prejudiciële vragen PL over vrijstelling btw van door zelfstandige personen verrichte diensten

Posted on Posted in Btw, Mededinging

PREJUDICIËLE VERWIJZING – Polen – 7 januari 2016 – Zaak C-605/15 – Aviva – verwijzing

RICHTLIJN 2006/112/EG.

Vrijstelling van de btw van door zelfstandige groeperingen van personen aan hun leden verrichte diensten die direct nodig zijn voor de uitoefening van werkzaamheden in het verzekeringswezen door leden van die groepering. Is een nationale bepaling over de vrijstelling van de btw van een zelfstandige groepering van personen waarin geen voorwaarden worden gesteld of procedures worden voorgeschreven voor de vervulling van het vereiste van verstoring van de mededinging, in overeenstemming met artikel 132, lid 1, onder f), van richtlijn 2006/112/EG in samenhang met artikel 131 van deze richtlijn, en met het doeltreffendheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel? Welke criteria moeten worden aangelegd bij de beoordeling of is voldaan aan het vereiste van verstoring van de mededinging? Is voor de beantwoording van de tweede vraag van belang dat de diensten worden verricht door een zelfstandige groepering van personen aan leden die onder de rechtsmacht van verschillende lidstaten vallen?

Jurisprudentie: C-8/01 Taksatorringen; C-363/05 JP Morgan; C-408/06 Götz; C-288/07 Isle of Wight; C-407/07 Stichting Centraal Begeleidingsorgaan voor de Intercollegiale Toetsing; C-201/08 Plantanol; C-563/12 BDV Hungary Trading Kft.;