AG: Btw kan verschuldigd zijn voor goederen die onder een opschortende regeling voor invoerrechten vallen

Posted on Posted in Btw, Douane

HVJEU – CONCLUSIE AG CAMPOS SÁNCHEZ-BORDONA – 12 januari 2016 – Gevoegde zaken C‑226/14 en C‑228/14 – Eurogate Distribution GmbH – conclusie

VERORDENING (EEG) nr. 2913/92. VERORDENING (EEG) nr. 2454/93. ZESDE RICHTLIJN 77/388/EEG.

In de context van de niet-nakoming van de formele verplichtingen die gelden voor goederen die onder een opschortende regeling voor invoerrechten vallen, wenst de Duitse verwijzende rechter van het Hof te vernemen of, naast de douaneschuld die hierdoor ontstaat krachtens artikel 204 van het communautair douanewetboek (CDW), ook btw geheven kan worden. Als dat inderdaad het geval zou zijn, dan vraagt de verwijzende rechter of de btw verschuldigd is door de persoon die de formele douaneverplichtingen niet is nagekomen, ook al gaat het om een entreposeur die niet over de betrokken goederen kon beschikken. Deze zaken bieden het Hof de gelegenheid om de leer die het in arrest X heeft ontwikkeld te verfijnen. In dat arrest legde het Hof artikel 7 van de Zesde richtlijn aldus uit, dat btw verschuldigd is wanneer de betrokken goederen aan de in dat artikel bedoelde douaneregelingen zijn onttrokken, zelfs indien een douaneschuld uitsluitend op grondslag van artikel 204 CDW is ontstaan.

A-G: Btw is verschuldigd wanneer de goederen op het tijdstip van hun wederuitvoer door het ontstaan van een douaneschuld krachtens artikel 204 CDW zijn onttrokken aan de in die artikelen bedoelde douaneregelingen, onder omstandigheden die kunnen doen vermoeden dat zij in het economische circuit van de Unie terecht zijn gekomen. Subsidiair: De lidstaten hebben geen speelruimte met betrekking tot de heffing van btw wanneer een douaneschuld ontstaat krachtens artikel 204 van het communautair douanewetboek. Als btw moet worden geheven in de omstandigheden van de hoofdgedingen, kan de nationale wetgeving de entreposeur of de vervoerder aanwijzen als schuldenaar van deze belasting, ook wanneer zij niet over de goederen kunnen beschikken en geen aanspraak kunnen maken op aftrek van de verschuldigde btw.